Ecologische validatie plaatrandstortingen

De Scheldehavens blijven toegankelijk door de vaargeul er naartoe op diepte te houden. Hiervoor is het nodig om te baggeren en deze baggerspecie terug te storten op andere plekken in het estuarium. In het verleden was het gebruikelijk om daarvoor de nevengeulen te gebruiken. Sinds 2010 wordt baggerspecie ook gestort in diepe putten in de hoofdgeul en op de plaatranden Hoge Platen (Noord en West), Plaat Waalsoorden en de Rug van Baarland.

 

plaatrandstorten-schelde

  

Aanleiding

Bij de voorbereiding van de plaatrandstortingen was de veronderstelling dat het mogelijk is om met baggerspecie een gebied aan te leggen met gunstige omstandigheden voor het bodemleven én dat het bodemleven zich hier dan ook effectief zal vestigen. In 2014 ontstond de behoefte om deze hypothese te valideren. Eind 2015 is het onderzoek ‘Ecologische validatie plaatrandstortingen’ opgestart. Onder begeleiding van de Wergroep Onderzoek en Monitoring van de VNSC is dit onderzoek in 2016 uitgevoerd en zijn de resultaten in 2017 geanalyseerd. Dit onderzoek draagt bij aan het Interreg project Smartsediment, waarbij het verbeteren van habitats door middel van slim sedimentbeheer centraal staat. In dit artikel delen we de belangrijkste bevindingen van het onderzoek

 

Onderzoeksvragen

Het onderzoek bestond uit twee hoofdvragen:

  1. Zijn laagdynamische zones per definitie ecologisch waardevoller dan hoogdynamische zones?
  2. Zijn plaatrandstortingen effectief voor het creëren van ecologisch waardevolle arealen?

Laagdynamische en hoogdynamische zones onderscheiden zich van elkaar door de verschillende dynamiek in stroomsnelheid in een specifiek gebied. Daarnaast wordt in het onderzoek onderscheid gemaakt tussen gebieden die tijdens getij droogvallen (litoraal) en gebieden die nooit droogvallen (sublitoraal). 

 

Resultaten

1. Zijn laagdynamische zones per definitie ecologisch waardevoller dan hoogdynamische zones?

Ja, laagdynamische zones zijn ecologisch waardevoller dan hoogdynamische zones. Zowel in de zin van hogere biodiversiteit (soortenrijkdom en -samenstelling) als een hogere dichtheid (intrinsieke waarde), als in de zin van voedselaanbod voor vogels (extrinsieke waarde). De verschillen zijn duidelijk waarneembaar voor een bepaalde locatie en op een bepaald tijdstip. Er is tevens geconcludeerd dat laagdynamische en hoogdynamische zones in dynamiek kunnen veranderen in tijd en ruimte.

2. Zijn plaatrandstortingen effectief voor het creëren van ecologisch waardevolle arealen?

In het 3e Voortgangsrapport van de verruiming wordt een uitbreiding van het laagdynamisch areaal vastgesteld. Echter, hiervan kan slechts een beperkt deel aan de plaatrandstortingen worden toegeschreven. Laagdynamisch areaal kan zich namelijk ook ‘spontaan’ ontwikkelen, zoals we dat bij de Rug van Baarland zien waar nauwelijks plaatrandstortingen zijn uitgevoerd. En uit onderzoek op de Plaat van Waalsoorden komt naar voren dat daar de ecologische waarde van het gebied gelijk blijft als we de oppervlakte aan laagdynamisch gebied uitbreiden door plaatrandstortingen in laagdynamisch gebied (sublitoraal).

Bij plaatrandstortingen wordt baggerspecie rechtstreeks gestort in het sublitoraal gebied, maar verplaatst het zich door de stroming ook naar litorale zones. Hoogdynamische gebieden worden hierdoor laagdynamisch. Dit is gebeurd bij Hoge Platen (Noord en West). Deze gecreëerde laagdynamische gebieden laten een vergelijkbare ecologische waarde zien als de bestaande laagdynamische zones. Bovendien zijn deze nieuwe gebieden ecologisch waardevoller dan voor de plaatrandstortingen, toen er nog sprake was van hoogdynamisch gebied.

 

Concluderend

De resultaten wijzen uit dat het bodemleven zich effectief kan vestigen in nieuwe laagdynamische zones. Daarnaast zien we dat de nieuwe intergetijdengebieden (laagdynamisch) een hogere dichtheid hebben aan bodemdieren dan voorheen (hoogdynamisch), waardoor de ecologische waarde groter is. Echter, zowat de helft van het nieuwe laagdynamisch areaal is niet toe te schrijven aan de plaatrandstortingen, maar is ontstaan door autonome ontwikkelingen. Met deze conclusies kunnen we ervan uit gaan dat zowel aangelegde als autonoom onstane laagdynamische gebieden even waardevol zijn als bestaande laagdynamische gebieden.

 

Nieuwe stortstrategie

In 2021 moet er een nieuwe vergunningaanvraag voor het onderhoud van de vaargeul in de Westerschelde worden ingediend. Een nieuwe stortstrategie maakt hier onderdeel van uit. De stortstrategie omvat de keuze en onderbouwing van stortlocaties in de Westerschelde waarbij de drie voornaamste functies van het estuarium (veiligheid, toegankelijkheid en natuurlijkheid) het uitgangspunt vormen. Samen met het huidige morfologische onderzoek dat dit jaar wordt afgerond, biedt de ecologische validatie van plaatrandstortingen nieuwe ervaringen en inzichten die meegenomen worden in de nieuwe strategie voor het onderhoud van de vaargeul.

Download de Scheldetopics als pdf

Beeld Schip: Anita Eijlers

Terug