We houden onze Schelde-havens toegankelijk door te baggeren. De baggerspecie moet ergens naartoe: die wordt teruggestort op andere plekken in het estuarium. Dat gebeurt best slim, zodat ook de natuur profiteert en de veiligheid van omwonenden toeneemt. Om slim te kunnen storten, ontwikkelden Vlaanderen en Nederland de methode van flexibel storten. Die methode wordt in het kader van het onderhoud van de vaargeul sinds de derde Scheldeverruiming toegepast in de Westerschelde. Dat gebeurt onder andere op basis van ervaringen met voorafgaande proefstortingen.

Waar doen we aan flexibel storten?

Binnen de aan afdeling Maritieme Toegang van de Vlaamse Overheid vergunde stortzones kiezen we de meest geschikte stortlocaties op basis van meetgegevens, de kwaliteitsparameters uit het protocol voorwaarden voor flexibel storten en nieuwe inzichten om de gebaggerde specie terug te storten. Bij deze selectie hanteren we, overeenkomstig de actueel geldende vergunningen, volgende principes:

  • We storten zoveel mogelijk op geselecteerde plaatranden om het ecologisch waardevolle gebied te vergroten.
  • In tweede instantie storten we in geschikte nevengeulen.
  • Daarna storten we in diepe delen in de hoofdgeul.

Projectgroep flexibel storten

De projectgroep flexibel storten staat in voor de sturing en opvolging van het proces flexibel storten. Daarvoor wordt beroep gedaan op experten binnen Rijkwaterstaat, de Vlaamse Overheid, kennisinstellingen en een externe dienstverlener. Acties worden afgestemd met het onderzoeksprogramma Agenda voor de Toekomst. In het kader van het proces flexibel storten worden onder andere volgende zaken opgevolgd:

  • de invloed van het terugstorten van baggerspecie in de Westerschelde en de wisselwerking met de natuurlijke sedimentverplaatsing. Bodem- en stroommetingen geven daar informatie over.
  • de monitoringresultaten, die worden gebruikt om de strategie van flexibel storten bij stellen en te verfijnen, waar nodig.

Iedere twee jaar presenteert de projectgroep de meetgegevens en belangrijkste bevindingen in een voortgangsrapport. De besluiten worden gebruikt om te bepalen welke stortzones de volgende jaren benut kunnen worden en welke monitoringsactiviteiten eventueel bijgesteld dienen te worden.

De activiteiten van de projectgroep flexibel storten resulteren in verschillende publicaties:

  1. Conclusienota’s overleg flexibel storten: samenvatting van besluiten reguliere overleggen flexibel storten
  2. Tweemaandelijkse rapporten flexibel storten: rapporten van de uitgevoerde stortactiviteiten per 2 maanden met morfologische analyse
  3. Verslagen jaarlijkse toetsing kwaliteitsparameters uit het protocol voorwaarden flexibel storten
  4. Tweejaarlijkse voortgangsrapporten met uitgebreide analyse bagger- en stortactiviteiten en monitoringsactiviteiten. Per rapport is de conclusienota, opgesteld door de Commissie Monitoring Westerschelde opgenomen.

Drie overlegstructuren

  1. Technisch baggeroverleg
    Medewerkers van Maritieme Toegang en Rijkswaterstaat zorgen voor het dagelijkse technische beheer van de baggerwerken. Op basis van de lopende en/of geplande activiteiten kunnen hierbij, niet limitatief, volgende elementen afgestemd worden tussen partijen:
    • Planning en uitvoering van de bagger- en stortwerken;
    • Tijdelijk verleggen van tonnen en boeien voor de werkzaamheden en afstemming met de verkeerscentrales van het Schelde Coördinatie Centrum;
    • Afstemming met kabel- en leidingbeheerders;
    • Afstemming met andere partijen die stortingen uitvoeren;
    • Afstemming met zandwinners;
  2. Overleg Flexibel storten

    Aan het overleg flexibel storten nemen deskundigen deel van het Departement Mobiliteit en Openbare werken (afdeling Maritieme Toegang en het Waterbouwkundig Laboratorium), het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), Rijkswaterstaat, het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en een externe dienstverlener (IMDC). Dit overleg is het ‘baggeroverleg’ dat wordt vermeld in het Tracébesluit Verruiming Vaargeul Westerschelde. Het overleg:

    • Volgt de verruimings- en onderhoudswerken op met monitoringgegevens vanuit MONEOS-T;
    • Toetst de monitoringgegevens aan het Protocol flexibel storten – kwaliteitsparameters;
    • Stuurt de stortstrategie bij binnen de randvoorwaarden van de vergunning;
    • Laat andere projectgroepen onderzoek uitvoeren rond waargenomen ontwikkelingen;
    • Schakelt indien nodig de Commissie Monitoring Westerschelde in.

    Het overleg flexibel storten komt één keer om de twee maanden samen. Tijdens de bijeenkomsten worden de meetgegevens besproken en besluit het overleg al dan niet om de stortstrategie aan te passen.

  3. Commissie monitoring Westerschelde
    Op basis van de tweejaarlijkse voortgangsrapporten geeft de Commissie Monitoring Westerschelde onafhankelijk advies aan het overleg flexibel storten over aanpassingen van de stortstrategie. Deze adviezen zijn beschikbaar onder de publicaties van de tweejaarlijkse voortgangsrapporten. Op basis daarvan wordt de definitieve voortgangsrapportage vastgesteld.

    De commissie bestaat uit onafhankelijke deskundigen uit Vlaanderen en Nederland. Ze werd in december 2009 formeel ingesteld en kwam in mei 2010 voor de eerste keer samen.