Wie vist, die vindt: fossielen in de Westerschelde

Twee jaar geleden vond een visser twee bijzondere zoogdierwervels in zijn netten. Toen hij ermee naar het Natuurhistorisch Museum van Rotterdam stapte, zorgde dat meteen voor een kleine wetenschappelijke sensatie. Hij had de zeldzame botten van oerwalvissen opgevist.

“Op zich zijn fossiele vangsten in de Westerschelde niets om je slaap voor te laten”, vertelt Klaas Post. Hij is visserijondernemer en onderzoekt in zijn vrije tijd fossiele zeezoogdieren. Dat doet hij met zoveel kennis van zaken dat hij intussen ook aangesteld werd als deeltijds collectiebeheerder in het Natuurhistorisch Museum van Rotterdam. “Al in de jaren 1820 werd de Westerschelde omschreven als een ware schatkamer voor fossiele vangsten. Zowel vissers als verzamelaars kijken niet meer op van een prehistorisch bot meer of minder. Maar die opmerkzame visser had meteen twee wervels van een oerwalvis in zijn netten, een vroege – en lopende – voorouder van onze huidige walvis. Daarvan zijn er maar een handvol vindplaatsen, zoals in Pakistan en Egypte. Bovendien herinnerde de visser zich nog de exacte locatie: bij Het Scheur voor Zeebrugge, in het verlengde van de Wielingen. Reden genoeg voor het Natuurhistorisch Museum om er te gaan zoeken naar nog meer botten.”

Walruskolonie

Dat deed het Natuurhistorisch Museum niet alleen. Geologen, biologen en paleontologen van de Universiteit Gent en het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) gingen mee. “Voor België is dit een uitzonderlijke ontdekking”, zegt Klaas Post. “Er zijn intussen twaalf wervels en ribfragmenten van oerwalvissen gevonden. Het gaat om fossielen van 40 tot 42 miljoen jaar oud."

 

 

"In de opgeviste botten zit nog DNA. Dat wordt nu onderzocht en vergeleken met dat van de walrus van nu.”

Klaas Post, collectiebeheerder Natuurhistorisch Museum Rotterdam

 

 

"Maar dat is niet alles. Ons onderzoek bracht verschillende geologische lagen aan het licht. In een laag van zo’n 60.000 jaar oud vonden we schedels en botten van een heuse walruskolonie. Het gaat om naar schatting minstens vijftig mannetjes- en vrouwtjeswalrussen die thuis waren voor de Belgische kust. Dat is meteen de meest zuidelijke walruskolonie die ooit gevonden werd. In de opgeviste botten zit nog DNA. Dat wordt nu onderzocht en vergeleken met dat van de walrus van nu.”

Zeven nieuwe soorten

Voor de wetenschappelijke waarde van een vondst is de locatie van groot belang. Vooral bij vondsten in situ, waarvan we met andere woorden zeker zijn dat het gaat om hun oorspronkelijke plaats, kan je uitspraken doen over ouderdom, leefgebied en leefwijze van de prehistorische kolossen. Klaas Post: “Met Het Scheur hebben we zo’n locatie beet. Maar we weten intussen ook dat er nog een bijzondere vindplaats is voor de kust van Terneuzen. Geen evidente plek om te vissen: op de 36 meter diepe bodem liggen grote brokken sediment, de stromingen zijn verraderlijk en je opereert in het vaarwater van grote oceaanstomers.
Maar omdat de fossielen nog in anatomisch verband in brokken sediment zitten, zijn ze wetenschappelijk erg waardevol. Zo weten we dat er voor Terneuzen ongeveer acht miljoen jaar geleden een bijzonder rijke fauna rondzwom: verschillende soorten tandwalvissen, een aantal baleinwalvissen, een enorme lederschildpad en een enorme haai. In totaal ontdekten we zeven nieuwe soorten die we precies kunnen dateren dankzij de aanwezigheid van het omringende gesteente.”

Expo van de vondsten

Afgelopen zomer kwam het ‘fossiele kerkhof’ voor Zeebrugge uitgebreid in de pers. Achter de schermen werken de wetenschappers verder aan de verspreiding van hun resultaten. “We publiceren ons onderzoek in belangrijke wetenschappelijke vaktijdschriften”, zegt Klaas Post. “Maar we maken onze vondsten ook bekend bij een breed publiek. Zo komt er in het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam een tentoonstelling over wat we vonden in Terneuzen. Nadien reist ze wellicht verder naar andere musea.”

Terug