Baggeren in de nevenvaargeul de Schaar van de Noord

Het meergeulenstelsel van de Schelde is uniek. Het draagt bij aan de variatie en de dynamiek van leefgebieden. In de nevenvaargeul de Schaar van de Noord zal in 2018 een baggeractie plaatsvinden, om de toegankelijkheid voor binnenvaartschepen te verbeteren. 

Wat is de Schaar van de Noord?

De Schaar van de Noord is een nevenvaargeul in de Westerschelde. Deze nevenvaargeul wordt gebruikt door binnenvaartschepen en recreatievaart. Zeeschepen gebruiken de hoofdvaargeul, op dit stuk, het Nauw van Bath genoemd. Dit is een grotere en diepere geul die in de buitenbocht gelegen is. Binnenvaartschepen nemen de binnenbocht en varen hier buiten de vaarwegmarkering van de hoofdvaargeul (rode en groene betonning) en binnen de gele markering van het nevenvaarwater. Deze vaarwegmarkering geeft aan waar de afgesproken streefdiepte gehaald wordt en de Westerschelde dus diep genoeg is.

schaar-van-de-noord-1

Bron: Rijkswaterstaat, 2018

 

Nevengeulproblematiek

De binnenvaart en zeevaart moet vlot en veilig op de Schelde kunnen varen. Doordat de kleinere binnenvaartschepen last hebben van de golfslag van grotere zeeschepen, is er, waar mogelijk, in 2009 een scheiding gekomen van de vaarroute van de schepen. De zeeschepen varen via de hoofdvaargeul, de binnenvaartschepen via de nevengeulen. Op die manier kunnen er meer schepen varen en is de toegankelijkheid verbeterd. Er zijn echter twee problemen met de nevenvaargeulen. Deze worden hieronder toegelicht.

 

Nevenvaargeul heeft een klein debiet

De hoofdvaargeul wordt goed onderhouden door Vlaanderen. Daardoor stroomt er gemiddeld een grote hoeveelheid water (debiet) via deze geul. Dit heeft gevolgen voor de nevenvaargeulen, waar dus gemiddeld minder water door stroomt. Deze kleinere debieten zorgen ervoor dat de dwarsdoorsnede (breedte x diepte) hier kleiner is en dus de gegarandeerde diepgang beperkt is. Hoewel de debieten in de nevengeulen meestal kleiner zijn, zorgt de stroming er ook hier voor dat sediment getransporteerd wordt en dat de ligging en de diepte van de geul wijzigt.

 

Flexibele vaarwegmarkering is kostbaar en minder veilig

Anders dan in de hoofdvaargeul vindt op dit moment geen onderhoudsbaggerwerk plaats voor het op diepte houden van de nevengeul. De vele binnenvaartschepen die jaarlijks de Schaar van de Noord passeren, worden geleid door flexibele vaarwegmarkering die een bepaalde geuldiepte en breedte aangeeft. Deze markering wordt verplaatst op het moment dat de nevengeul verandert van diepte of van positie, zodat de diepste vaargeul wordt aangeboden. Het verplaatsen van de markering is een kostbaar proces en de frequente wijzigingen komt de vaarweggebruiker niet ten goede. Een binnenvaartschipper is gebaat bij duidelijkheid en stabiliteit in een gebied. Door een verandering in de vaarroute moet de schipper extra goed blijven opletten. 

 

Monitoren in de nevenvaargeul

De nevenvaargeul is continu in beweging. Daarom is het belangrijk dat de geul wordt gemonitord. Rijkswaterstaat beheert de nevenvaargeul en biedt de vaarweggebruiker een diepte aan van minimaal 2 meter onder het laagste astronomische getij (LAT). Een waterstand van 0 m LAT is de laagst mogelijke voorspelde waterstand gebaseerd op de stand van zon en maan. Een leeg binnenvaartschip heeft een diepgang van ongeveer 1 meter. Een geladen binnenvaartschip kan ook 4.30 meter diepgang hebben. Op het moment dat een binnenvaartschip een diepgang heeft van meer dan 2 meter, kan het zijn dat het schip tijdens laagwater de buitenbocht moet nemen en via de hoofdvaargeul moet varen.

schaar-van-de-noord-dieptekaart

Bron: Schelde ECS. 2018

Hoe wordt er gemonitord?

Als beheerder stelt Rijkswaterstaat elk jaar een meetplan op. Daarin staat beschreven welke gebieden op welke manier, met welke frequentie gemeten moeten worden. Dit wordt bepaald aan de hand van de frequentie van veranderingen in het gebied in het verleden en de inschatting van de expert wat er gaat gebeuren met het betreffende gebied.

De diepte van de Schaar van de Noord wordt elke 6 weken gemeten. Een boot vaart over het gebied en meet, door middel van geluidssignalen, de diepte vanaf het wateroppervlak tot de bodem. Vervolgens combineert software de gegevens en de waterstand van dat moment onder invloed van het getij en ontstaat er een dieptecijferkaart (zie afbeelding). De meeste waardes zijn groter dan 2, maar af en toe zit er een lagere waarde tussen, deze gebieden worden weergegeven door de lichtblauwe vlakken. Een waarde kleiner dan 2 betekent dus een diepte van minder dan 2 meter onder LAT.

geluidssignalen-meten

Bron: Flickr

Baggeren in de schaar van de Noord

Tot nu toe is de toegankelijkheid van de Schaar van de Noord altijd mogelijk gehouden door het verplaatsen van de vaarwegmarkering. Naar aanleiding van de monitoring zijn er analyses gemaakt door morfologen, waarna de conclusie is getrokken dat baggeren de juiste vervolgstap is. Dit zijn de analyses:

De nevenvaargeul is niet op diepte

In de nevengeul kunnen lokaal ondiepere gebieden voorkomen. Meestal gaat het om een beperkte zones die samenvallen met de kruin van bodemvormen (duinen) die op de bodem van de Schelde aanwezig zijn. Doordat de geul niet op diepte is, moeten schippers goed blijven opletten of zij met hun diepgang gebruik kunnen maken van de Schaar van de Noord, met name rondom laagwater. Door middel van een Bericht aan Schelde Scheepvaart (BASS) wordt aan de schippers meegegeven dat de geul niet op diepte is, dit is een maatregel die nodig is om ervoor te zorgen dat de schippers op de hoogte zijn van de situatie.

Uitdagende vaarroute door verplaatsing vaarwegmarkering

De vaarwegmarkering wordt om de +/- 7 weken verplaatst, waardoor de vaarweggebruikers voor een grotere uitdaging komen te staan. Daarnaast is de bocht die de schepen nu moeten maken erg scherp.

 

Het steeds weer verplaatsen van de vaarwegmarkering dient geen economisch belang

Nu het verplaatsen van de vaarwegmarkering zo vaak nodig blijkt te zijn, is dit een te kostbare taak geworden. Zo’n €10.000 tot €15.000 per keer. Daarnaast is de hoeveelheid binnensvaartbewegingen in de afgelopen jaren flink toegenomen. De nevenvaargeul is daarom essentieel voor de toegankelijkheid van de Antwerpse haven.

Naar aanleiding van deze analyses is de conclusie getrokken dat het beter is voor het riviersysteem om één bepaalde route in de nevenvaargeul op diepte te houden door te baggeren. De baggerwerkzaamheden die gaan plaatsvinden zijn een proef. Als blijkt dat het succesvol is, kan worden besloten om regelmatig te gaan baggeren.

 

Aanvragen van de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming

Met de VNSC is afgesproken dat Mobiliteit Openbare Werken en Rijkswaterstaat samen dit project gaan uitvoeren. Rijkswaterstaat zal de benodigde bodemkwaliteitsmeldingen doen en ook de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aanvragen en Mobiliteit Openbare Werken zal vervolgens de werkzaamheden laten uitvoeren.

De Westerschelde is vanwege zijn natuurwaarde aangewezen als Natura 2000-gebied. Voordat er gebaggerd kan worden moet Rijkswaterstaat een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aanvragen bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Zo kan worden voorkomen dat het baggerwerk ten koste gaat van de unieke natuurwaarde van de Westerschelde.

Zo’n vergunningprocedure vraagt veel voorbereiding.  Zo doet Rijkswaterstaat onderzoek naar alle effecten op de natuur, waarna het ministerie een beoordeling doet. In die effectentoets staat:

  • wat voor typen natuur er zijn;
  • wat voor ecosystemen;
  • wat voor diersoorten;
  • wat het effect is van het baggeren op de habitattypes en de diersoorten.

Deze vergunning is ondertussen aangevraagd. Nadat deze is verleend, worden de baggerwerkzaamheden waarschijnlijk in juli 2018 uitgevoerd.

 

Hoe wordt er gebaggerd?

De baggerwerkzaamheden worden uitgevoerd met een sleephopperzuiger. Een soort stofzuiger die het sediment van de bodem opzuigt. Voorheen is het sediment verplaatst met een soort ploeg, maar dat is niet effectief genoeg. Met een ploeg worden de bodemvormen afgevlakt:  sediment wordt verplaatst van ondiepere (kruin) naar (relatief) diepere (dal) delen in de geul. De bodem vlakt zo wel uit, maar het sediment blijft aanwezig (wordt alleen herverdeeld). Met een sleephopperzuiger wordt het materiaal echt weggehaald. Dit is de meest efficiënte manier van baggeren. Zoals eerder beschreven is afgesproken dat Rijkswaterstaat streeft naar een waterdiepte van minstens 2 m onder LAT. Tijdens het baggeren wordt 70 cm extra zand verwijderd, zodat er ruimte is voor de bodem om iets op te komen zonder dat de geul gelijk weer verondiept zou zijn.

 

Evaluatie

De diepte van de Schaar van de Noord wordt, ook na het baggeren, elke 6 weken gemeten om te kunnen bezien of het baggeren van de nevengeul een succes is.

Verondiept de nevenvaargeul weer binnen een maand, dan is het effect van de baggerwerkzaamheden minimaal geweest. Rijkswaterstaat hoopt op een effect van minimaal een jaar, wat betekent dat er een jaar lang kan worden gevaren zonder hinder.

Als blijkt dat het baggeren in de Schaar van de Noord succesvol is, kan ook worden overwogen om in andere nevengeulen te gaan baggeren. De ligging van de nevengeul ten opzichte van het hele riviersysteem is bepalend voor wat er gebeurt met een geul als er wordt gebaggerd. Daarom moet er per geul worden bekeken wat het effect van het baggeren kan gaan zijn. De nevengeulen zijn namelijk niet met elkaar te vergelijken. Elke nevengeul heeft zijn eigen waterdynamiek, morfologie en bodemsamenstelling.

 

Download de Scheldetopics als pdf

Terug