De concurrentiepositie van de Zeeuwse haven komt voor een groot deel door de gunstige ligging aan de zee, de nautische toegankelijkheid en de verbindingen met het achterland. Zeeland Seaports behandelt heel wat bulkvracht, aangevoerd met schepen die een grotere diepgang hebben dan schepen voor containertransport. Zij kunnen alleen bij hoogwater de ondiepere delen in het mondingsgebied passeren om de haven te bereiken. De diepgang van deze schepen neemt ook steeds toe. Om de concurrentiepositie niet in gevaar te brengen, vindt Zeeland Seaports dat de havens van Vlissingen-Oost bereikbaar moeten zijn voor schepen met een diepgang van 16,5 meter, op 97 % van de dagen. Daarom wil Zeeland Seaports baggerwerken uitvoeren in het mondingsgebied van de Westerschelde, ter hoogte van de Wielingen.

Een tijdelijke werkgroep onderzoekt en becijfert wat er precies nodig is om de toegang tot de havens van Vlissingen-Oost te verbeteren. Ze brengt ook in kaart welke vergunningen noodzakelijk zijn en welke informatie daarvoor moet worden aangeleverd. Om de kosten en de milieu-impact zo veel mogelijk te beperken, bekijkt de werkgroep de mogelijkheid om een smallere geul aan te leggen, specifiek voor deze kleine maar veeleisende trafiekstroom.

De werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers en deskundigen van het Vlaamse departement Mobiliteit en Openbare Werken, afdeling Maritieme Toegang, het Nederlandse ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat en de Provincie Zeeland. Ze staat onder leiding van Zeeland Seaports.