Vlaanderen en Nederland werken al jaren samen aan een veilig, natuurlijk en toegankelijk Schelde-estuarium. Verschillende beleidsdocumenten effenden het pad voor de oprichting van de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie in 2008.

Deze commissie kreeg als opdracht alle studies over de Schelde op zich te nemen. In oktober 1949 werd haar bevoegdheid uitgebreid: de studies over de Rijn-Maas-Scheldedelta kwamen erbij, voor zover van invloed op de Westerschelde en de tussenwateren. De TSC was samengesteld uit Nederlandse en Vlaamse ambtenaren en vergaderde in principe afwisselend in beide landen.

In deze visietekst legde de TSC vast dat het estuarium er in 2030 idealiter zal uitzien als een open en natuurlijk mondingsgebied met een grote variatie aan schorren, slikken en platen in zout, brak en zoet gebied, en met natuurvriendelijke oevers.

Nederland en Vlaanderen raakten het eens over concrete projecten die de visie uit 2001 gestalte geven: een veilig, toegankelijk en natuurlijk Schelde-estuarium.

Dit verdrag vormde de basis voor de samenwerking binnen de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie. Het zorgde ervoor dat Vlaanderen en Nederland het beleid en beheer in het Schelde-estuarium nog beter op elkaar konden afstemmen.

De Scheldeverdragen traden in werking. Daarmee nam de VNSC de rol van de TSC over. Sinds haar oprichting heeft de VNSC projecten uit de Ontwikkelingsschets 2010 met succes op gang getrokken.

Het samenwerkingsverdrag van 2005 werd een eerste keer geëvalueerd. De VNSC ontwikkelde een Agenda voor de Toekomst die aansluit bij het Nederlandse Deltaprogramma en het Vlaamse equivalent Vlaamse Baaien. Daarin staan de uitdagingen geformuleerd voor een duurzaam en vitaal Schelde-estuarium.