Voortgang

Studie Verkeer- en vervoersprognoses binnenvaart in het Scheldegebied

De Technische Scheldecommissie, thans Ambtelijk College van de Vlaams Nederlandse Schelde Commissie (VNSC) heeft in het voorjaar 2008 opdracht gegeven om een gezamenlijke Vlaams-Nederlandse verkeer- en vervoersstudie te laten uitvoeren. Het doel ervan is om in de omgeving van het Schelde-estuarium de binnenvaart en de ontwikkeling ervan in beeld te brengen.

Het Scheldegebied is een belangrijke schakel in het vervoer van en naar enkele economische kerngebieden in Nederland en Vlaanderen, waaronder de twee grootste zeehavens van Europa, Rotterdam en Antwerpen. Voor de afwikkeling van de
goederenstromen per binnenvaart zijn de havens aangewezen op verschillende vaarwegen in het Scheldegebied: de Westerschelde, het Kanaal Gent-Terneuzen, Beneden-Zeeschelde, Boven-Zeeschelde, Albertkanaal, Schelde-Rijnverbinding, Kanaal door Zuid-Beveland en de vaarweg Rupel/Beneden-Nete.

Kaart van het studiegebied met de relevante vaarwegen en meetpunten

 

 Bron: ECORYS/RA

Doel van de studie is het leveren van verkeer-en vervoerprognoses voor de binnenvaart in het Scheldegebied en op de vaarwegen van en naar dit gebied. Deze prognoses kunnen als basis worden gebruikt voor nadere studies en verkenningen.
In de studie zijn de huidige verkeersstromen in het Scheldebekken voor het jaar 2007 in kaart gebracht. Hierdoor is voor het eerst op dit detailniveau een consistente grensoverschrijdende weergave van binnenvaartgegevens beschikbaar. Uit dit overzicht
blijkt dat de Schelde-Rijnverbinding in aantal passages en ladingvolume de drukste vaarweg in het gebied is.
Van de gepresenteerde meetpunten worden de Volkeraksluis en de Krammersluis het meest door de recreatievaart gepasseerd. Het aandeel gevaarlijke stoffen in het binnenvaartvervoer is ongeveer 30% op de Westerschelde, Schelderijnverbinding en het Albertkanaal. In de studie is per vaarweg en meetpunt met zeer gedetailleerde informatie over het binnenvaartverkeer en vervoer gepresenteerd.
Vervolgens zijn, uitgaande van dit basisjaar 2007, verkeer- en vervoersprognoses voor de vrachtvervoerende binnenvaart, de niet-vrachtvervoerende binnenvaart en recreatievaart voor meetpunten op de bovenstaande vaarwegen gemaakt.

Voor de prognoses is gebruik gemaakt van de vier Welvaart en Leefomgeving (WLO) scenario’s die vier verschillende scenario's voor de maatschappelijk economische toekomst schetsen met daaruit afgeleide verkeer- en vervoersgegevens.
De mogelijke ontwikkeling van het verkeer en vervoer per binnenvaart op de vaarwegen in het Scheldegebied varieert sterk per toekomstscenario. Waar in het meest optimistische GE-scenario (Global Economy) op enkele vaarwegen een verdubbeling van het vervoerde volume aan goederen kan optreden, is in het RC-(Regional Economies) scenario sprake van een flinke afname van het vervoerde volume.

De Volkeraksluis blijft ook in de toekomst de drukste sluis van het gebied. De route via Volkerak en Schelde-Rijnverbinding heeft een groot aandeel containervervoer in vergelijking met andere vaarwegen. Door de grote verwachte groei van containervervoer neemt het binnenvaartverkeer- vervoer hier meer toe dan gemiddeld in het Scheldegebied. De grootste jaarlijkse groeipercentages zijn te zien bij sluis Zennegat, ook door het hoge aandeel containervervoer.
De ontwikkeling van het aantal passages is door de voortschrijdende schaalvergroting in de binnenvaart minder sterk dan de ontwikkeling in vervoerde goederen. Het aantal passages groeit significant in het meest optimistische GE-(Global Economy) scenario, maar daalt in de lagere SE- (Strong Europe) en RC-(Regional Economies) scenario’s.

In het Scheldegebied is een aantal regionale ontwikkelingen voorzien, die bij realisatie tot een flinke verschuiving in de prognoses kunnen zorgen. Ontwikkeling van de Seine-Schelde verbinding zal tot een verschuiving van stromen gaan leiden, maar ook veel
extra binnenvaart genereren (vooral in de Kanaalzone Gent-Terneuzen). Door containeroverslag in Vlissingen, een extra sluiskolk bij Ternaaien en aanpassing van de bruggen op het Albertkanaal kan de sterke ontwikkeling op de Schelde-Rijnverbinding
wat worden afgezwakt, ten gunstige van alternatieve routes. Een eventuele Seine-Schelde west en de estuaire vaart zijn complementair.

De prognoses opgenomen in deze studie geven een goed beeld van de mogelijke ontwikkelingen in het Scheldegebied. Wanneer duidelijk wordt welke toekomstige ontwikkelingen in en buiten het Scheldegebied plaats zullen vinden, is het effect op de
vaarwegen uit de aangeleverde informatie te verkrijgen. De uitkomsten van de studie zijn daardoor bruikbaar om in vervolgstudies knelpuntanalyses voor specifieke assen en sluizen uit te voeren.

Klik hier voor het rapport.

 

Intensiteit/capaciteit-ratio's

De Vlaams Nederlandse Schelde Commissie (VNSC) heeft in maart 2009 opdracht gegeven voor een vervolgstudie op de Verkeer- en vervoerstudie naar de ontwikkeling van de binnenvaart in het Scheldegebied. Het doel van deze vervolgstudie was om voor het onderzoeksgebied van de Verkeer- en vervoersstudie binnenvaart Scheldegebied een indruk te krijgen van de intensiteit/capaciteit-ratio’s (I/C-ratio’s) van de sluizen.

Op basis van de berekening van de intensiteit/capaciteit-ratio’s en gemiddelde wachttijden zijn per sluis de volgende conclusies te trekken:
- Bij de Vlaamse sluizen van Merelbeke, Dendermonde, Zeesluis Wintam en Duffel zijn geen capaciteitsproblemen te verwachten tot 2040. Bij de andere sluizen is nader onderzoek naar de toekomstige capaciteitsproblemen gewenst.
- Bij sluis Evergem zal alleen bij zeer hoge groei (opnieuw) een knelpunt ontstaan. De aanleg van de Seine-Schelde verbinding laat de wachttijden sneller oplopen, geen verrassing gezien de verwachte toename van binnenvaart op deze route. Omdat de sluis nog niet continue bediend wordt, valt hier nog extra capaciteit te realiseren.
- Bij sluis Zennegat en Wijnegem is er momenteel al een knelpunt en dit zal in de toekomst alleen maar toenemen. Bij beide sluizen valt er nog wat extra capaciteit te realiseren door langere openstelling van de sluis. De haalbaarheid en het potentieel van de uitbreiding van de bedieningstijd is niet onderzocht.
- Wat de sluizen van de Antwerpse haven betreft bleek de methodiek niet bruikbaar om tot conclusies te komen. Het Antwerps havenbedrijf voert op dit ogenblik een eigen onderzoek naar de capaciteitsproblematiek van deze sluizen.
- Bij de vier onderzochte sluizen in het Nederlandse deel van het netwerk zijn capaciteitsproblemen te verwachten. Bij Kreekrak, Krammer en Volkerak zijn nu al wachttijden boven de norm en deze nemen in bijna alle economische scenario’s verder toe. Bij autonome ontwikkeling lopen de wachttijden bij Kreekrak het snelst op. Bij realisatie van de Seine–Schelde verbinding en in mindere mate bij grootschalige containeroverslag in Vlissingen, lopen de wachttijden bij de Kreekraksluis minder hard op, terwijl de intensiteit juist bij beide andere sluizen sneller toeneemt.
- De Krammersluis is momenteel al een knelpunt door de langere schuttijd, veroorzaakt door het zoet-zout scheidingssysteem. Als het Volkerak-Zoommeer in de toekomst zout wordt, dan vervalt de noodzaak voor een zoet-zout scheiding en zullen de schuttijden van de Krammersluis aanzienlijk korter worden, vergelijkbaar met de schuttijd van sluis Hansweert.
- Bij autonome ontwikkeling zal bij sluis Hansweert alleen in het hoogste groei scenario in 2040 een knelpunt ontstaan. Als regionale ontwikkelingen worden meegenomen, ontstaat alleen in het laagste groeiscenario geen knelpunt, in de andere situaties is dat al in 2020 het geval.
- Het moment van ontstaan van een knelpunt, is sterk gekoppeld aan de verschuiving van vervoersstromen en het extra verkeer dat is gekoppeld aan de Seine-Schelde verbinding en in mindere mate aan eventuele containeroverslag in Vlissingen.

 

Klik hier voor het rapport.