Bewoners van de Schelde

In het estuarium komen zoet rivierwater en zout zeewater samen. Daarom vind je er dieren die je niet zo snel als buren verwacht. Op een traject van 160 kilometer herbergt het Schelde-estuarium verschillende groepen van dieren en voedselketens.

De voedselketen van het estuarium is zeer complex en bestaat uit verschillende schakels. De planten en dieren in de Schelde maken allemaal deel uit van een voedselpiramide. Helemaal onderaan staan de kiezelwieren. Die behoren tot het plantaardig plankton (fytoplankton), dat wordt opgenomen door de bodemdiertjes. Die bodemdiertjes dienen op hun beurt als prooi voor dieren die een trapje hoger in de voedselketen staan, zoals vogels en vissen.

Jarenlang ging het slecht met de vissen in de Schelde. Door een gebrek aan zuurstof in de rivier stierven ze massaal. Sinds de jaren negentig gaat het weer de goede kant op: afvalwater wordt  gezuiverd en de Schelde krijgt meer ruimte. Dat leverde honderden hectare nieuwe slikken en schorren op. In slikken vinden de vissen een overvloed aan voedsel, in schorren kunnen sommige soorten zich uitstekend voortplanten.

  • Bij de Belgisch-Nederlandse grens leeft vooral haring, bot, tong, paling, zeebaars, spiering en fint. Vooral de aanwezigheid van fint valt op: die groeit op in zee en plant zich voort in zoet water. Door de watervervuiling maar ook door de bouw van dammen en zeeweringen was de populatie enorm geslonken. Vandaag geldt de fint als een van de mooiste voorbeelden van de opmars van het visbestand in de Schelde.
  • Stroomopwaarts komen er meer zoetwatervissen voor, zoals de snoekbaars en de blankvoorn.
  • In de buurt van de monding leven de typische zeevissen, zoals wijting en steenbok.
  • In het brakke deel, waar zoet en zout water samenlopen, zie je minder vissoorten dan elders. Dat komt door de sterk wisselende omgevingsfactoren in dit gebied.

Het Schelde-estuarium is een paradijs voor vogels. De slikken en de platen bieden een ideale rustplaats en een bron van voedsel. Elke soort heeft zijn voorkeur voor een bepaald deel van de Schelde, afhankelijk van de aanwezige leefgebieden en voedselbronnen. Tijdens de trek- en de winterperiode verblijven meer dan 150.000 watervogels op de slikken en de schorren. Daar leven ze van de bodemdiertjes. Het gaat vooral om steltlopers, eenden en ganzen.

  • Voor steltlopers ligt het Schelde-estuarium op de Oost-Atlantische vliegroute, een van de grote trajecten voor de trek van de broedgebieden naar de winterkwartieren. Sommige steltlopers overwinteren in het estuarium, andere komen er enkel bijtanken.
  • In het estuarium leven ook veel eenden en ganzen. Het Verdronken Land van Saeftinghe speelt een bijzondere rol voor deze vogels. Het biedt zowel rust als een grote hoeveelheid aan voedsel.

Bergeenden zijn opmerkelijke gasten in de Westerschelde. Met duizenden verblijven ze er tussen juni en augustus, om er hun oude veren voor nieuwe te ruilen. Tijdens deze rui verliezen bergeenden hun vliegvermogen en zijn ze bijzonder kwetsbaar. Kennelijk zien ze in de Westerschelde een veilige haven om deze periode door te maken.

In de Schelde leven ook zeehonden en bruinvissen. Rond 1900 waren dat er nog duizenden, recente tellingen spreken van 120 gewone zeehonden en enkele bruinvissen. Die drastische daling kwam er om twee redenen:

  • Zeehonden zijn viseters en werden door de vissers als concurrenten beschouwd. Ze kregen het lange tijd hard te verduren door de jacht. Pas in 1961 werd die verboden.
  • Ook de vervuiling van het Scheldewater speelde de zeehonden parten. 

De laatste jaren blijken er opnieuw meer zeezoogdieren in de Schelde te leven. De waterkwaliteit verbeterde, maar ook speciale beschermingszones geven opnieuw ademruimte. De meeste zeehonden leven op de platen in de Westerschelde, bij voorkeur op plaatsen met een steile kant grenzend aan dieper water. Bij onraad duiken ze meteen het water in.