De Schelde van bron tot monding

De Schelde ontspringt in Noord-Frankrijk ten noorden van Saint-Quentin, ongeveer 95 meter boven de zeespiegel. Het is een kleine bron die in haar eerste kilometers maar een beekje vormt. Al stromende wordt de beek gevoed door andere zijbeken en groeit ze uit tot een echte rivier. Om ten slotte als machtige stroom in de Noordzee uit te monden.

Een rivier, veel gezichten
Bij haar ontstaan is de Schelde niet meer dan een onopvallende bron die opborrelt op een heuvel achter een oude kloosterboerderij. Via Franse dorpjes bereikt de Schelde de Belgische grens om in West-Vlaanderen uit te groeien tot een smalle rivier. Deze rivier kronkelt door het landschap van de provincie Oost-Vlaanderen en proeft daar voor het eerst zout water. Ze vervolgt haar traject doorheen de provincie Antwerpen om ten slotte als kilometers brede Westerschelde in Nederland de Noordzee te bereiken. In het laatste deel van haar traject, het Schelde-estuarium, krijgt de rivier nog een heel ander uitzicht. In Doel is de Schelde 1500 meter breed, aan de monding bij Vlissingen liefst 5 kilometer. In het Nederlandse deel heeft de Schelde nog veel weg van een natuurlijk rivierlandschap. Ze meandert over een brede bedding met een complexe structuur bestaande uit geulen, zandbanken, slikplaten en langs de oevers slikken en schorren. De monding tussen Vlissingen-Breskens en Weskapelle-Zeebrugge heeft, op een verdiepte vaargeul en de Zeebrugse Zeehaven na, nog zelfs een volledig natuurlijk verloop.

De drie Scheldes
In de loop der jaren werd de Schelde onderverdeeld in drie trajecten, die elk een eigen naam kregen: de Bovenschelde, de Zeeschelde en de Westerschelde.

-          De Bovenschelde is het deel vanaf haar bron tot in Gent, waar ze samenvloeit met de Leie. De rivier heeft dan al een lengte van 185 kilometer.

-          In Gent ondervindt de Schelde voor het eerst de werking van het getij. Het deel van Gent tot aan de Nederlandse grens wordt dan ook de Zeeschelde genoemd.

-          Voorbij de Belgisch-Nederlandse grens begint de brede zeearm van de Westerschelde. Via Terneuzen, Breskens en Vlissingen mondt ze uit in de Noordzee. Samen met de Zeeschelde vormt de Westerschelde het Schelde- estuarium, dat onder invloed van het getij staat.